Ga naar inhoud
Kruimelpad:

Kind van dove ouders (CODA)

Horende kinderen/jongeren van dove ouders (of CODA: Child of deaf adults) groeien op in een bijzonder gezin; een gezin met vaak twee culturen: de Dovencultuur en de cultuur van horenden. Dit verrijkt het leven van kinderen.

Maar horende kinderen van dove ouders kunnen ook tegen problemen aanlopen. GGMD biedt trainingen aan voor deze kinderen (tussen 12 en 18 jaar) die één of twee dove ouders hebben.

Uitdagingen voor CODA's

Horende kinderen van dove ouders kunnen tegen problemen aanlopen zoals:

  • Moeilijker samen praten over gevoelens.
  • Moeten tolken voor de ouders; soms ook over onderwerpen waar een kind nog te jong voor is.
  • Gepest worden, omdat andere kinderen dove mensen ‘vreemd’ vinden.
  • Al jong voor de dove ouder zorgen. Bijvoorbeeld mee naar de dokter, formulieren invullen, of omdat de omgeving zegt: “Je moet je vader/moeder maar goed helpen”.
  • Kind zijn in twee culturen: hoor ik bij de horende wereld of bij de dovenwereld?

In de training ‘Kind van dove ouders’ wordt open gesproken over deze onderwerpen.

 

Meer informatie

In de training krijgen de kinderen/jongeren informatie over hoe het is om doof te zijn.

Daarnaast wordt gepraat over:
• hoe het is om kind van dove ouders te zijn,
• hoe je omgaat met de doofheid van je ouder(s),
• welke andere mensen belangrijk voor je zijn,
• hoe je voor jezelf kunt opkomen en
• hoe je kunt omgaan met lastige situaties.

Aantal bijeenkomsten

De duur van de individuele training wordt afgestemd op de hulpvraag van het kind/de jongere. Wordt de training in een groep gegeven? Dan komt de groep acht keer bij elkaar. Daarna is er nog een terugkomdag. De groepsbijeenkomsten duren ongeveer twee uur.

Ouderbijeenkomst

Er zijn ook ouderbijeenkomsten. Het is belangrijk dat de ouders hieraan meedoen. Tijdens deze bijeenkomsten krijgen de ouders te horen (in het algemeen) waar hun kind/de kinderen mee bezig zijn, wat ze van hun kind kunnen verwachten en hoe ze het kind/de jongere kunnen ondersteunen als het thuis wil praten over iets wat in de training besproken is.

De training wordt gegeven door een ervaren hulpverlener. De training kan individueel gegeven worden. Als er meer kinderen/jongeren zijn die deze training willen volgen, kan het ook in een groep. De hulpverlener zorgt ervoor dat iedereen aan het woord komt en zich veilig voelt in de groep. In de groep vertellen ze waar ze mee zitten, luisteren naar anderen en delen ervaringen en tips.

De gemeente betaalt deze zorg. Je betaalt zelf niets, ook geen eigen bijdrage. Om met de zorg te kunnen starten, heb je een verwijsbrief van de huisarts, jeugdarts of specialist nodig.

Mijn ouders zijn allebei doof. Gebarentaal is dus letterlijk mijn moedertaal. Ik ben horend, in een horende wereld. Maar ik voel mij ook thuis in de Dovencultuur. Dat is soms erg verwarrend.

Aanmelden voor deze training